Mijn Eerste Pokémon

sebbel3
In mijn vorige blog heb ik je verteld over hoe ik Pokémon Yellow heb gekregen. Laten we nu verder gaan met waar we gebleven zijn.

Voor het lezen van dit verhaal, is het belangrijk om te weten dat ik een erg fantasierijk jongetje was. Ik hield van verhalen. Alle handelingen die ik deed, pasten als puzzelstukjes in elkaar mits er een juiste verhaallijn achter zat. Deze verzon ik altijd. Zo was bijvoorbeeld Bliksemsnelle Bertha een koe die geraakt was door bliksem waardoor ze zo snel werd dat ze over muren kon rennen. Ik zag het winkelcentrum als een enorm doolhof gevuld met schatkisten en schurken die zich voordeden als normale mensen. In mijn dagelijks leven was ik een Cubone, de auto was een theater en zo heb ik nog tientallen voorbeelden van mijn kijk op de realiteit. Je kan het zo gek niet verzinnen en mijn fantasie zorgde weer voor een andere invalshoek. Nu kwam Yellow uit toen ik zeven jaar oud was. Omdat ik nog niet zo bedreven was in de Engelse taal, besloot ik dus om mijn eigen verhaal te maken. Deze blog is het epische verhaal dat ik verzon over mijn eerste Pokémon.

Ik wist dat er in tegenstelling tot Red en Blue in Yellow geen keuzemogelijkheid was voor je starter. Je kreeg een Pikachu. Daar moest je het maar mee doen. De game was bedoeld om de serie na te bootsen en het is algemeen bekend dat Pikachu ook de starter van Ash was. Dus tough luck voor de mensen die dat niet zagen zitten. Ik was er daar één van. Ik wilde mijn eigen verhaal, mijn eigen team en mijn eigen legende creëren. Pikachu was een smet op die wens. Gary kreeg tenminste nog een Eevee van Professor Oak. Gary is stom. Professor Oak ook.

Pikachu was niet bepaald een Pokémon waar ik trots op was. Iedereen was gek op Pikachu en ik om die reden juist niet. Dat wist hij. Dat voelde hij. De antipathie was wederzijds. Ik stond dus voor een keuze. Ik kon een verhaal verzinnen waarin ik en Pikachu uiteindelijk op één lijn kwamen of ik kon ervoor kiezen om mijn tijd te steken in het vinden van een nieuw maatje. De eerste reden waarom ik voor het tweede koos, is bekend. Iedereen vond Pikachu leuk en ik daarom niet. Het tweede was omdat ik wist dat Pikachu niet kon evolueren. Dat was een absolute no go voor mij. Een ongeplande evolutie was één van de mooiste plotwendingen die ik kon verzinnen. Om zo min mogelijk tijd te verdoen in één van de bekendste mascottes aller tijden, zocht ik per direct naar een plaatsvervanger. Een originele Pokémon die sterk genoeg was om de lijsttrekker van mijn partij te worden. Een onoverwinnelijke vriend die de kampioen kon ontdoen van zijn kampioenstatus. Een icoon die foutloos de hoofdrol speelde in de film die Mijn Eerste Avontuur heette. De enige vraag was: waar vond ik die?

Vele uren spendeerde ik in het lange gras op zoek naar mijn starter. Uiteindelijk stuitte ik op een Pokémon die ik verrassend goed naast me zag staan. Het klopte in mijn verhaal. Aanvankelijk was het niet de Pokémon die ik voor ogen had. Toen ik zag met hoe weinig moeite ik Brock versloeg met deze specifieke Pokémon, wist ik het zeker. Dit was mijn starter. Dit was mijn maatje. Samen zouden we alle badges verzamelen en ons settelen op onze rechtmatige troon. Mijn verhaal kon beginnen.

Samen vochten we tegen elke trainer en elke wild beest dat we konden vinden. Mijn starter hield zich goed. Langzaam maar zeker kostte het steeds minder moeite om potentiële rivalen de mond te snoeren. Het sneeuwbaleffect nam toe. Mijn compagnon werd steeds sterker. Op een gegeven moment vielen de trainers met bosjes tegelijk om en ook de wilde Pokémon moesten waken voor hun veiligheid. Niemand kon ook maar een beetje weerstand bieden tegen mijn alsmaar sterker wordende Pokémon. Zo begonnen de geruchten over een jonge maar erg sterke trainer die op pad was om de sterkste trainer aller tijden te worden.

Ik baande me een weg richting Mount Moon. Eenmaal aangekomen bij de voet van de berg, stapte ik zelfverzekerd de duisternis in. Mijn maatje was bij me, dus ik had niks om bang voor te zijn. Intussen had de mooiste plotwending al plaatsgevonden: evolutie. Het vele trainen was beloond.

Niets en niemand zou ons dus nog kunnen tegenhouden, dachten we. Zonder genade vochten we ons door de grot. Vele trainers zouden het verhaal navertellen van Jack (zo had ik mezelf genoemd) en het gevaar dat in mijn Pokébal woonde. Hoe ze machteloos toekeken terwijl hun lieve vrienden een pak rammel kregen van de sterkste Pokémon die ze ooit hadden gezien. Klinkt episch, niet? Wacht maar. Het verhaal wordt nog mooier.

Inmiddels waren we halverwege Mount Moon. Het verhaal ging al rond dat er een kleine jongen in Mount Moon was met een onverslaanbare Pokémon aan zijn zij. Één trainer die dat verhaal klaarblijkelijk nog niet had gehoord, was een robuuste man met een eveneens robuuste Pokémon. We maakten oogcontact en besloten om te vechten. Vol trots stuurde hij een machtige Onix op me af. Een paar flitsen later was het gevecht alweer over. We kwamen, zagen en overwonnen. Hij maakte geen schijn van kans. Als een haas rende hij naar zijn Onix om de nodige zorg te verlenen. Ik keek naar het liefkozende ritueel tot ik wat zag glimmen in de verte. Het trok mijn aandacht. Ik liep er heen, pakte het op en bestudeerde het uitvoerig. Toen ik er achterkwam wat het was en wat het deed, gilde ik het uit van geluk.

Mijn verhaal was nog maar een paar dagen oud en nu al boezemde mijn naam angst in de harten van de Kanto Gymleaders. Een jonge trainer genaamd Jack stond op het punt om Mount Moon te verlaten met zijn onwaarschijnlijk sterke Pokémon. Het gerucht ging dat hij zonder enige moeite vele trainers had verslagen, nog even snel een criminele organisatie heeft gedwarsboomd en dat hij op weg was naar de volgende gym. Wie was deze flapdrol? Waar kwam hij zo ineens vandaan? Waren de verhalen waar? Zou deze trainer echt kampioen kunnen worden? Velen begonnen te geloven in de mythe. Vanuit het hele land gingen trainers op zoek naar deze mysterieuze jongen en zijn ongeslagen gigant.

We waren ons bewust van de buitenwereld en de vele vragen die we opriepen. Ja, het was waar. Alle trainers die we tegenkwamen, hebben we moeiteloos verslagen. We hebben een aantal uniform geklede criminelen de stuipen op het lijf gejaagd. We waren op weg naar de volgende gym en daarna zouden we weer verder trekken richting de volgende gym. Het was allemaal waar. Iedereen die daar een vraagteken achter zette, kreeg gegarandeerd antwoord.

“Hé knul, mag ik je wat vragen? Ik hoorde in het Pokécenter dat er zojuist een supersterke trainer met een supersterke Pokémon uit Mount Moon is gekomen. Weet jij toevallig wie het is en waar ik hem kan vinden? Ik wil supergraag met hem vechten met mijn supersterke Pokémon.” Een nietswetende trainer schoot me ongeveer een half uur na het verlaten van Mount Moon aan. Een schuine glimlach verscheen op mijn gezicht. “Zoek niet verder. Ik ben wie je zoekt. Nidoqueen, ik kies jou!”