Waar moet Pokémon GO naartoe?

De eerste zeven updates van het spel hebben inmiddels hun intrede gedaan en Niantic CEO John Hanke heeft tijdens de Comic-Con in San Diego laten weten dat er nog veel nieuwe features in het volle vat met toekomstige updates zitten. Toch blijft er nog veel om over te speculeren; waar moet de game (volgens ons) naartoe?

Met de release van Pokémon GO heeft Niantic ons dé Pokémon game gegeven waar we allemaal als klein jongetje/meisje al van droomden. We kunnen eindelijk in onze eigen wereld Pokémon vangen, ze gebruiken tijdens gevechten in Pokémon gyms en in verschillende teams met elkaar de strijd aangaan. Toch mist er voor velen nog een hoop om de Pokémon ervaring compleet te maken. Waar blijft het traden? En wanneer kan ik nou eindelijk al die Pidgeys tegelijk naar de professor sturen?

Trading, Pokémon Centers en meer!2ClbNuy
Sommige toekomstige features zijn al bevestigd door Hanke in interviews tijdens de Comic-Con. De meest prominente voorbeelden hiervan zijn trading, wat door Hanke als een “core-element” wordt genoemd, en de toevoeging van Pokémon Centers, waarbij spelers hun Pokémon kunnen healen na een battle. Pokéstops kunnen de rol van een Pokémon Center aannemen, maar hoe de vork precies in de steel zit weten we nog niet. Een mogelijkheid is dat de spelers zelf een Pokéstop kunnen omtoveren tot een Pokémon Center door middel van een item (daarbij zou het effect dus ook tijdelijk zijn, net als bij een Lure Module).

Andere features waar Niantic volgens Hanke over nadenkt zijn globale leaderboards, breeding en uiteraard het toevoegen van meer Pokémon (hoogstwaarschijnlijk generatie 2). Wanneer dit precies gaat plaatsvinden, is nog niet bekend.

Speculeren
Natuurlijk zijn we ook erg benieuwd naar andere toekomstige features, die op die moment nog niet zijn aangekondigd door Niantic. Er is namelijk nog steeds niks bekend over eventuele PvP battles of over het door de community in het leven geroepen bulk-selecting systeem, waarbij meerdere Pokémon tegelijk te selecteren moeten zijn. Dit laatste zou een groot gebruiksgemak opleveren bij het transferren van zwakke Pokémon, wat nu vaak tijdrovend is.

Pokemon GO FriendsDaarnaast zou het ideaal zijn als je al je vrienden in Pokémon GO kunt toevoegen en via een friend menu met hen kunt vechten, ruilen en chatten. Via datzelfde menu zou je ook andermans level, achievements en aantal gevangen Pokémon kunnen zien, wat vooral het hunten van achievements een stuk interessanter maakt.

Tot slot is het nog steeds speculeren over wanneer de felbegeerde legendaries hun intrede gaan doen. Het meest logische scenario is dat er een evenement komt rondom de drie legendarische vogels (Zapdos, Moltres en Articuno), waarbij de verschillende teams een belangrijke rol spelen. Hanke gaf tijdens de Comic-Con al aan dat de teams te maken hebben met de legendarische vogels, maar hoe de vork precies in de steel zit is nog niet bekend. De kans is groot dat Mewtwo en Mew de laatste twee Pokémon zijn van deze generatie die het licht gaan zien, waarschijnlijk weer in de vorm van een evenement. Natuurlijk blijven het speculaties, er is namelijk nog weinig tot niks bekend gemaakt over de legendaries.

Wat willen jullie graag in toekomstige updates zien? Laat het ons weten in de comments of op de forums!

 

Pokémon jagen wordt weer leuk!

We kennen het ondertussen allemaal; er staat een zeldzame Pokémon in je ‘nearby’ scherm, maar je hebt geen idee welke kant je op moet om hem te vangen. Terwijl je misschien je zoveelste kreet van frustratie slaakt, wordt er gelukkig op andere plekken in de wereld het nieuwe tracking systeem van Pokémon GO getest. Het ziet er naar uit dat ons wachten beloond gaat worden!

We zijn inmiddels allemaal bekend met het nieuwe ‘sightings’ systeem dat in de laatste update van Pokémon GO geïntroduceerd is. Dit blijkt echter maar de helft te zijn van wat een nieuw tracking systeem moet worden. Het ‘nearby’ scherm krijgt namelijk twee onderdelen; Nearby en Sightings.

Nearby
Het nieuwe onderdeel van het tracking systeem valt onder de noemer ‘nearby’ en laat zien welke Pokémon in de buurt van Pokéstops zitten. Als je een Pokémon op het schermpje aanklikt, krijg je een overview te zien die aanwijst bij welke Pokéstop het beestje in de buurt zit. Dit werkt weliswaar alleen voor Pokéstops die zich in je directe omgeving bevinden, maar om welke straal het gaat is nog niet bekend. De ‘overview’ modus laat ook zien hoever de Pokéstop zich van jou bevindt met behulp van de alombekende voetstapjes. Onderstaand filmpje laat goed zien hoe het werkt.

Sightings
Het tweede onderdeel van het tracking systeem is eigenlijk het gehele tracking systeem zoals we dat nu kennen; de lijst met Pokémon die voor een decor van grassprietjes staan. Deze grassprietjes geven aan dat de Pokémon in het wild te vinden is, en dus niet direct bij een Pokéstop staat. Er wordt echter geen hulp gegeven bij het vinden van deze Pokémon (er gebeurt ook niks als je ze aantikt in het ‘sightings’ scherm).

Onzeker
Niantic heeft inmiddels aangegeven dat dit nieuwe systeem, wat vooral onder spelers in Amerika wordt getest, nog niet definitief is. Aangezien het nog getest wordt, kan het ook zijn dat er nog een aantal aanpassingen wordt gedaan voordat net nieuwe systeem wereldwijd geïmplementeerd wordt. Maar één ding is zeker; het vinden van Pokémon gaat in de volgende (grote) update een stuk makkelijker worden!

Mijn Manier van Geluk Verspreiden

sebel10-2

Toen ik klein was, kreeg ik ooit een keer een paars Pokémondoosje van mijn moeder. Een deck. Hiermee kon je het daadwerkelijke ‘Trading Card Game’ spelen dat Nintendo voor ogen had. Ik weet nog goed dat ik het een keer een kans heb gegeven maar het bleek niet mijn ding te zijn. Een Ho-Oh zonder energy’s zou niks kunnen. Zogenaamd. De Gameboy-cassette van Pokémon TGC heb ik echter wel een zwengel gegeven. Helemaal met de komst van de laptops en de Emulators werd dit aspect van de franchise voor mij toegankelijk. Ik had dus een deck maar ik wilde er niet mee spelen. Waarom ik dan toch zo blij was met het deck? Met de aanschaf van dit doosje verzekerde mijn moeder mij eigenaar te worden van een kaart die ik bijzonder graag wilde. Mewtwo.

Na een zonnige junimiddag klonk er gegil vanuit de speelkamer. De visite was maar net weg en hysterie en mysterie waren heer en meester in huize Sebbel. Mijn gebroken hart heerste binnenmuurs. Vurig vluchtten mijn ouders de trap af richting geluidsbron. Ik zat krijsend op mijn knieën terwijl ook de wolken begonnen te huilen op deze romantische dag. Beroofd. Ik was ordinair beroofd. Mijn mooiste kaarten waren kwijt. Gefrustreerd bladerde ik tientallen keren mijn collectie door met mijn moeder als naslagwerk. Keer op keer stuitten we op overduidelijk gemis van mijn fraaiste pronkstukken. Eén daarvan was de Mewtwo-kaart. Huilend viel ik in haar schoot. De standaardvragen kwamen op. “Wanneer had je ze voor het laatst? Heb je met iemand geruild of heb je ze eruit gehaald?” Alles negatief. Ik wist extreem zeker dat ik ze nog voor de visite had. Een goed stapel sterretjes was mijn map onvrijwillig ontvreemd en de dader was mij meteen duidelijk.

Aan de overkant was het stil. Ik vond mezelf een aantal dagen later terug aan de voor mij nog torenhoge keukentafel. De moeders zaten tegenover elkaar en waren allebei gedegradeerd tot advocaat. Ach, het speet haar zo ontzettend. En ach het deed hem zelf ook al veel. Hij kon er tenslotte niks meer aan doen want de kaarten waren al weg en het snoep was al op. Het gesprek hobbelde semi-professioneel verder maar ik struikelde over de laatste zin. Hoorde ik dat nou goed? Mijn oren klapperden zowat van mijn kop. Wat zei ze? Kaarten al weg en snoep al op? Geruild voor zak snoep? Mijn moeder kalmeerde me non-verbaal. De tegenpartij kwam al snel aan met een magere som smartengeld.

Mewtwo

Mewtwo

Waar normaliter de kinderen naar huis werden weggestuurd met snoepzakjes vol lekkernijen en ronde buiken vol taarten, was de beste deal die ze me kon geven twee pakjes kaarten. Als goedmakertje. Als afkopertje. Misschien heb ik teveel Better Call Saul gekeken, maar no way in hell is dat eerlijk. Ik stond het niet toe. Ik liet me zomaar tot slachtoffer ontvallen. Het reinste onrecht oliede als smerige was op mijn extraverte kinderhartje. Ik strijdde tegen het blijvende gebrek van twintig van mijn mooiste bezittingen. Niet allemaal zeldzame maar wel het leeuwendeel. De duivel was eerder mijn advocaat dan ik de zijne. Ik was hels.

De uiteindelijk drie pakjes die ik heb gekregen waren matig op zijn meest. Niks om over naar huis te schrijven. Ik was vastbesloten om dit gemis mij niet van de markt te houden dus ik was al snel back in the game. De collectie muteerde zo jarenlang gestaag tot het punt dat the game eigenlijk uitgespeeld was. Maar nooit meer een Mewtwo. Althans, niet die.

Toen, jaren later op een zonnige middag in augustus in een andere fase van mijn leven, werd ik verrast met een onconventioneel wederzien. Na een lang weekend in het hoge noorden te hebben gebivakeerd, prijkte er bij thuiskomt een juweeltje op mijn nachtkast gesteund door een briefje. Een goede vriend had het verhaal van het kwijtraken van de kaarten al een keer eerder gehoord en besloot mij een cadeautje te doen. Het briefje klonk: “Did you miss me?” Daarnaast lag een zo goed als nieuwe eerste generatie Mewtwo-kaart.

De liefde was terug. Mijn hart werd gekickstart met een brommende uitlaat als gevolg. Wederom brandde er een vurig verlangen naar de oude vlam. Als een mijnwerker met goudkoorts dook ik Marktplaats op. De combinatie van mijn innerlijke zakenman en mijn brede kennis van zowel de kaarten als hun waarde maakte mij een sluwe poema op jacht naar prooi. Binnen no time verdubbelde mijn verzameling in grootte. Neveneffect hier was dat ik ineens meerdere eerste Mewtwo’s in mijn bezit had.

De barmhartige samaritaan had me aangestoken met zijn liefdadigheid. Als bedankje gaf ik hem zo’n zelfde Mewtwo-kaart terug. Inmiddels is ook voor hem die kaart een waardevol bezit. Uiteindelijk heb ik nog Mewtwo weggegeven. Ditmaal aan een jongen die een hart onder de riem kon gebruiken.

Ik zie mijn verzameling als een levend organisme dat nooit faalt om lachende gezichten te toveren. Veel oud-bewonderaars overstromen van nostalgie na het openslaan van mijn verzameling dus ik schroom nooit de kaarten tevoorschijn te toveren. Wanneer mensen struikelen over hun eigen liefde voor een specifieke kaart, mogen ze die vaak uit de map halen en met zich meenemen. Het klinkt misschien stom, maar ik zie het als mijn eigen geluksverspreiding.

De Schemering Van Acceptatie

Ook na de verhuizing was het schoolplein kleurrijk. Mijn nieuwe klasgenoten waren eveneens gegrepen door de nog steeds regerende hype van Pokémon. Vooral de jongens uit de klas vonden hierin een gemeenschappelijke interesse. Kopieën van Gold, Silver of Crystal en flinke stapels Pokémonkaarten waren nog dag in, dag uit te vinden. De Yu-Gi-Oh-rage piekte en ook de Digimon-anime was razend populair. Ik was een hybride nerd en stond al snel bekend als het wandelende Pokémon-naslagwerk met aanvullende bachelors op het gebied van Yu-Gi-Oh en Digimon. Ik was gelukkig, maar alles veranderde toen de Vuurnatie aanviel.

De laatste tijd was ik veel buiten te vinden. Ik pendelde dagelijks heen en weer over het kanaal om de meerdere schoolpleincontacten te onderhouden. Er waren weinig verzamelaars met een collectie waar ik interesse in had. Ik wilde niks minder dan de mooiste en zeldzaamste kaarten en daarvoor moest ik soms de grens over; het kanaal dat de drie basisscholen in de wijk van elkaar scheidde. Hier heb ik veel ‘pottenkijker-deals’ gemaakt. Zeldzame kaarten gingen als warme broodjes over de toonbank. Mijn methode werkte en hierdoor leerde ik dus al in een vroeg stadium van mijn leven de meerwaarde van effectieve verleiding en onderhandeling.

De schoolpleinen waren fantastisch. Ik was regelmatig op juwelenjacht terwijl ik spitsig slenterde over de heilige gronden. Deze dagelijkse robijnenreis was echter niet de hoofdattractie. De hoofdattractie was Het Winkeltje in het midden van het dorp. Het Winkeltje was een kaartenparadijs waar je op een motiverende manier je collectie kon muteren. Vooral voor de verzamelaars van mijn kaliber was het fijn om op één geografische plek de zeldzaamste kaarten met bijbehorende waarde te vinden. Mede door de mogelijkheid van netwerkuitbreiding. Naast mij was zo’n beetje elk weldenkend kind ondersteboven van Het Winkeltje. Er waren dagelijks meer leeftijdsgenoten te vinden dan bij Avonturenpark Hellendoorn. Mijn verzameling is minimaal in waarde verdubbeld na de opening van Het Winkeltje. Voor ieder wat wils.

Polymerization

Polymerization

Yu-Gi-Oh kreeg in deze tijd vooral de lachers op de hand. De handige manier waarop Het Winkeltje Yu-Gi-Oh-kaarten verhandelde, zorgde voor de exponentiële stimulans die uiteindelijk uitliep in een interesseoverstap voor velen. Nu was de opkomst van een andere franchise die veel volgers kreeg niks nieuws of ergs. Sterker nog, ik was gek op het eerste seizoen van Yu-Gi-Oh en de bijbehorende kaarten.

Een rage is echter een maatschappelijk stukje werk. Wil een hype overleven in de samenleving, moet het volgers hebben; dragers van de beoogde boodschap. Dit wordt het snelst bereikt door persoonlijke betrokkenheid. Veel kinderen konden zich identificeren met het ideaal van Pokémon en dit ook voor een lange tijd. De lengte van de hoogtijdagen van Pokémon was significant. Door de opkomst van een nieuwe hype, in dit geval Yu-Gi-Oh, moest Pokémon een flink stuk marktaandeel inleveren. In een dalende trend verloor de franchise aanhangers. Binnen een aanzienlijke periode ging de grote Pokéfan van overpopulatie naar met uitsterven bedreigt.

De eigen groei en de ontgroeiing van kinderlijke interesses zijn persoonlijk. Nu weet ik zeker dat er met mij miljoenen mensen zijn die de jeugdliefde Pokémon nooit hebben losgelaten. Kwam het niet nooit, kwam het met de jaren. Deze zelfrealisatie is volgens mij dan ook fundamenteel voor de ‘come back-love’ die Pokémon krijgt. Denk aan jongvolwassenen die de Gameboy weer afstoffen en oppakken. Dat is leuk, maar er is een tijd geweest dat de doorgewinterde Pokéfan standaard koude winters had.

De laatste tijd was ik veel buiten te vinden. Ik pendelde dagelijks heen en weer over het kanaal om vage schoolpleincontacten te onderhouden. Er waren nog maar weinig verzamelaars met een collectie. Laat staan een zeldzame. Ik zocht waar ik kon. Veel leeftijdsgenoten hadden hun verzameling al van de hand gedaan. Vaak uit een daad van liefde. Vooral buurjongens en neefjes gingen met de erfenis aan de haal. Mijn verzameling is me tot de dag van vandaag nog ontzettend veel waard. Weggeven is wel het laatste dat ik doe.

Steeds minder kinderen hadden Pokémon als dagelijkse bezigheid. Het Winkeltje verloor klanten en de klanten die er al kwamen, waren toch vooral Yu-Gi-Oh-jongens. Pokémon was niet koel meer. Het was kinderachtig en achterhaald. Mijn houten Pokéhart huiverde door de wisseling van de wacht. Uitgesproken meningen veranderden in nonchalante algemene kennis. Afweer en weerstand waren aan de macht. De acceptatie begon te schemeren.

De Schitterende Zilvervloot

sebbel8-2

Na het verhuizen had ik Esmee niet meer. Ik worstelde aan de andere kant van het land met het dagelijkse leven zonder deze vriendschap. Ze maakte mijn gedachtes af, nam me op sleeptouw en had dezelfde intense interesses als ik. De scheiding zorgde er onder andere voor dat we nooit samen op de Gameboy hebben gespeeld. Een herinnering die in mijn hoofd schittert door afwezigheid. Gelukkig zijn er nieuwe figuren op mijn pad gekomen waar ik gek op ben maar toch merk ik soms een interessekloof. Dat was bij Esmee anders. Mijn nieuwe vrienden konden mijn enthousiasme van de franchise niet altijd even goed aan.

Wat ik hier eigenlijk mee wil zeggen, is dat het hele samenspeelcomponent van de videospellen van Pokémon hierom de hele franchise lang langs mij heen is gegaan. Die beoogde dagelijkse connectie heb ik nooit gehad. Pokémon Yellow was daarmee al snel vakkundig ontzien van de motiverende X-factor. De naam was Jack. Ik had een gruwelijke Nidoqueen en ook al een heftige affaire met Gameshark achter de rug. Alle trainers waren verslagen, de Elite Four stelde niks meer voor en Missingo was zelfs een goede vriend. De ideeën waren op. Ik was toen ontzettend toe aan wat nieuws.

Op een heuse bijzonder stereotype druilerige middag zag ik een leeftijdsgenootje Pokémon Silver spelen. Ik wilde dezelfde fout van het lange wachten niet nog een keer maken, dus ik verliet nog geen week later de Top 1 Toys met een rijkelijke gevuld tasje. Het zilveren avontuur was binnen. In deze generatie kwam er – net als in de eerste – een lachende derde game uit. Dit was Pokémon Crystal en ook deze game had ik op tijd gescoord. Laatstgenoemde had een paar behoorlijke updates ten opzichte van Gold en Silver. Dit was de geboorte van de bewegende sprites en daarnaast ontvouwd zich er een dynamischere storyline. Beiden, zowel Silver en Crystal, heb ik kapotgespeeld met Crystal als uiteindelijke favoriet.

Naast de overduidelijke toevoeging van maar liefst 100 Pokémon, maakten ook andere componenten hun entree Generatie 2. De eerder genoemde sprites en de vooruitstrevende storyline waren een dingetje opzich maar ook het breeden, de zestien badges en Red waren de moeite waard. Mijn favoriete innovatie was toch wel de mogelijke interactie met de zeer zeldzame alternatief gekleurde ‘Shiny’ Pokémon. In de huidige generatie (Gen 6) is de kans om een Shiny tegen te komen rond de 1000 maar In generatie 2 was dat nog één op 8192. Dit was dus ook nogal een dingetje. Ze waren zeer schaars en zeer gewild.

Ik ontmoette mijn eerste Shiny toen ik in het bezit was van de lachende derde. Na een rondje Elite Four werd ik teruggewarped naar New Bark Town. Tijdens de benenwagenrit naar Cherrygrove City – het Staverden van Pokémon – kwam ik een Shiny Pidgey tegen. De Pidgey groeide uit tot een sterke Pidgeot met een gouden kuif. Helaas was het nooit een dragende kracht van mijn team door de teleurstellende move pool en de onmogelijke taak om 97 levels bij te grinden. Gedurende de avonturen ben ik wel vaker op Shinies gestuit. Een roze Zubat is mij ooit ontsnapt maar ik ben wel trots bezitter van een rode Gyarados (ha-ha), een groene Tentacrool en – jawel – Wolf de Gouden Arcanine.

De idiote goudzoekerstocht heeft mij gedurende de jaren tientallen uren beziggehouden en mij vier keer verrast. Daarnaast waren de Pokémon fantastisch, de legendaries helemaal te gek en het totaaltje was bijzonder innoverend. Ik denk dat ik wel honderden uren geslenterd heb in de wereld van Johto. Ik ervaarde het spel toentertijd als een episch en boeiend spektakel. Deze generatie was en is, tot en met de dag van vandaag, met kop en schouders mijn favoriet. Ik omarmde de komst ervan dan ook als een schitterende zilvervloot.

De Tweede Vijf

sebbel7-2

In nog geen halfjaar tijd werd er in Amerika het spel, de kaarten en de anime van Pokémon geïntroduceerd. Misschien was dat niet iets waar ik eerder mijn kinderhoofd over kon buigen maar inmiddels is dat veranderd. Ik ben een communicatie- en marketingprofessional in spe en de woorden die ik hiervoor kan verzinnen, zijn ‘miraculeus’ en ‘revolutionair’. Wat Nintendo en Gamefreak hebben gedaan met de introductie van Pokémon is een huzarenstukje. Alleen al het timen van de release van producten waar jaren ontwikkeling in zit is een FTE op zich. Chapeau.

Wat ik nogal opzichtig hiermee wil zeggen, is dat Pokémon altijd al goed in elkaar heeft gezeten. Bij de release is overal rekening mee gehouden. Timing, muziek en de Pokémon zelf waren allemaal deel van Operatie ‘Release Pokémon’. Maar wat ook uitmuntend in elkaar stak, was het vervolg van de eerste generatie. Nintendo en Gamefreak hebben misschien wel tientallen hints gegeven gedurende het bewind van de eerste generatie. En daar wil ik het vandaag over hebben. Vijf onderdelen van de subtiele overgang van generatie één naar generatie twee. Naar mijn mening zijn deze vijf ‘onderdelen’ medeverantwoordelijk voor het groeien van Pokémon als goed doordachte nieuweling naar de op één na bestverkopende game franchise aller tijden. Deze onderdelen waren vroegkomers. Of ook wel Pokémon die voor de release van hun eigen generatie al om de hoek koekeloerde.

Al voor de eerste aflevering was de tweede generatie bij de ontwikkelaars in beeld. Sterker nog, de eerste twee generaties hoorden in eerste instantie bij elkaar. Mocht je dat nog niet weten, geef Google eens een slinger en je komt leuke dingen tegen. Het was eigenlijk bedoeld als één generatie. De limiteringen van de Gameboy-cartridge gooide echter roet in het eten. Vandaar de splitsing zoals wij die kennen.

1) Ho-Oh

220px-Ho-Oh_Debut

Ho-Oh

Het eerste bewijs hier is Ho-Oh. Ik ga er vanuit dat iedereen weet wat ik bedoel. De beelden van de gouden Ho-Oh die langs Ash vliegt bij het verlaten van Pallet Town. Dexter kan vervolgens niks met deze mythische verschijning en zegt doodleuk ‘dat nog niet alle Pokémon bekend zijn’. In de eerste aflevering van de serie wordt al een groter aantal Pokémon gesuggereerd dan de originele 151. Daarnaast wordt ook al de uniciteit van Ash belicht. Twee vliegen in één klap. Daar is over nagedacht.

2) Togepi
De evolutie van Charmeleon en de beelden van Charizard tegen Aerodactyl waren episch maar aan het eind van de aflevering “Attack of the Prehestoric Pokémon” – epische naam – gebeurd er nog wat belangrijks. Er wordt een vaag eitje meegesmokkeld. In eerste instantie no big deal. Alleen de vraag wie er in zou zitten was de moeite waard. Misschien wel een Dratini. Dat hoopte ik toen in ieder geval wel. Toen het ei een paar afleveringen later uitkwam, was ik blij en verdrietig tegelijkertijd. Slechte nieuws: geen Dratini. Goede nieuws: iets anders. Het was alles behalve een stoere Pokémon, maar het gaf wel de mogelijkheid dat er andere stoere Pokémon bestonden. Dat bleek ook te kloppen. (Feraligatr, Tyranitar, Lugia etc.) Ik vond Togepi zelf geen zak aan. Het wiebelde hier en daar wat met zijn vingers en werd voor de rest van de dag door kangoeroe Misty meegezeuld.

Togepi en Merill

Merill en Togepi

3) Marill
Marill was een Pokémon van Tracey die werd geïntroduceerd in ‘Orange League’. Weer een schattige Pokémon die vroeg om de hoek koekeloerde. Brock was nog geen aflevering weg en het liep nu alweer uit de hand. Ik wilde meer Nidoqueens, Marowaks en Arcanines maar wat kreeg ik? Een onechtelijke liefdesbaby van Pikachu en Poliwag. Het spuuwde water, kon goed horen en de staart kon drijven. Ik vond Marill, net als Tracey, saai.

snubbull

Snubbull

4) Snubbull
Na twee enorme let downs was er eindelijk een onbekende Pokémon die ik helemaal zag zitten. Snubbull. Wat een ontzettende dikke eindbaas was dat. Ik was gek op Snubbull en dat kwam door de eerste Pokémonfilm. De introductie van Snubbull was zo vet. De eerste Pikachu Short – vaste prik voor een Pokémonfilm – was fantastisch. Ik luister ‘Vacation – Vitamin C’ nog regelmatig en nog steeds heb ik Snubbull erg hoog zitten. Ik baalde echter wel als een stekker toen Snubbull zo slordig terugschreven werd in de serie. Kom op, die strikjes in de oren. Was dat nou echt nodig? Snubbull is desondanks nog een tijdje mijn favoriete Pokémon geweest.

Donphan

Donphan

5) Donphan
En tenslotte Donphan. Naast dat de olifant het lievelingsdier van mijn oma is, zal ik nooit vergeten hoe bad ass Donphan ten tonele kwam. Ditmaal wel in de ‘echte’ film. Ash, Misty en Brock zaten wat te eten blabblabla. En toen ineens: een Trainer. Pats, boem, Donphan. Wat. Was. Dat? Ik scheet in mijn broek van het gillen. Ik had het niet meer. Ondersteund door hele dikke muziek (Billy Crawford – Pokémon Theme Song Movie Version) werd Snubbull nog geen twintig minuten later van zijn troon gestoten. Donphan was nu mijn favoriete Pokémon. Ik rukte nog net niet de bioscoopstoel uit de vloer maar het scheelde niet veel. Ik was helemaal verkocht. Vlak daarna kwam er nog een Dragonite op het scherm en dat was toch eigenlijk ook nog wel een favoriete Pokémon dus ik had de dag van mijn leven.

Wat ik zei, de marketingafdeling van Nintendo en Gamefreak kunnen wonderen verrichten. De implementatie van de franchise liep perfect en de drang naar innovatie en de volgende stap (lees: generatie) is nooit uit de harten van de bedrijven gegaan. De tweede generatie is subtiel de franchise in gemasseerd. De manier waarop dat gedaan is, is zelfs een format geworden voor de volgende generaties. Het principe ‘vroegkomertje’ is een blijvertje geworden. Ik heb erg veel plezier gehad in het krijgen van een flauw vermoeden naar een potentiële tweede generatie inclusief roddelcircuit. Mijn persoonlijke climax hierbij was de eerste film. En volgens mij was dat precies volgens plan.

De Pauze

De pauze

De pauze. Het dagelijks stukje hemel in zakformaat. Groep 2 begint in oproer te raken. De pauze van de basisschool De Wegwijzer in Spijkenisse staat op het punt van beginnen. Ons kwartiertje komt eraan. Stijf van de adrenaline zit ik in aan mijn tafeltje. Wat gaan we doen? Mijn maatje zit aan de andere kant van de klas. We delen een gespannen blik. Esmee en ik zijn uit elkaar gehaald omdat we iets te veel lol hebben als we in hetzelfde groepje zaten. Desondanks weten we elkaar altijd nog blindelings te vinden en zoeken we elkaar op zodra we de kans hebben. Langzaam gaat secondewijzer de klok rond in de laatste minuut.

Haar voeten wiebelen zo snel dat het lijkt alsof ze met haar achterwielaandrijving wil opstijgen. Nog eventjes en dan stormen we het lokaal uit richting de jassen. Daarna is het ieder voor zich en rennen we op z’n Usian Bolts richting Buiten. We hebben het schoolplein in het begin van het jaar al strategisch opgedeeld in een eigen variant van de ‘Town Map’ en we weten hoe we welk gebied van het schoolplein noemen. Ons jargon is onderling bekend.

Esmee’s ogen branden een gat door mijn schedel. We moeten alles uit onze pauze halen. We mogen en zullen niet onvoorbereid aan onze pauze beginnen. Er moet een plan komen en wel heel snel. De populaire Netflix-serie How I Met Your Mother speelt soms met het principe van gesprekken zonder praten. Zoals Paul de Munnik het zou zeggen: “Toen jij het wiel uit wilde vinden, zat ik al lachend op de fiets.” De telefoon in mijn hoofd rinkelt. Esmee is aan de lijn.

“Sebbel. Seb! Kijk me aan! Luister! De pauze gaat over nog geen halve minuut van start en die shit wordt aan als een banaan. We moeten als eerste bij de jassen zijn, anders staan we in de kinderfile en ik ga NIET in de file staan! Niet nu. Niet vandaag. We pakken de jassen, zijn als eerste bij de deur en staan samen vooraan. Als juffrouw dan komt om de deur open te doen, stormen we naar buiten. Ik wil als eerste op het schoolplein zijn. Dan hebben we eerste keus bij de speeltoestellen. We moeten zo’n eentje hebben waar de één fietst en de andere achterop kan staan. Als we die willen, moeten we daar als eerste zijn. Bereid je dus alvast voor op wat explosieve actie. Iedereen wil die fiets hebben maar wij hebben die echt nodig. Daarmee zijn we het snelst bij De Bosjes. We parkeren hem aan de zijkant zodat anderen hem niet gappen. Daar zoeken we de twee beste stokken die we kunnen vinden in de eerste minuut en springen we weer op de fiets richting De Paaltjes. Daar halen we de stokken tevoorschijn en dan zijn we twee Cubones in een Romeinse strijdwagen. Deal?”

Mijn ogen twinkelen de sterren uit de hemel. Wat een ontzettend goed idee. De pauze was al legendarisch, maar sinds kort is er nog een reden gekomen om zo snel mogelijk op het vinkentouw te zitten zodra de klok kwart over tien slaat. Het is niet meer dat eindeloze gehuppel en springtouwende meisjes kijken. Nu ontvouwt zich elke schooldag kwart over tien een heus Utopia op ons doodgewone schoolpleintje. Pokémonkaarten. Honderden en honderden Pokémonkaarten . Elke dag weer. Daar wil je geen seconde van missen. Reden voor haast dus. Ik stel een bericht op met het akkoord erin en stuur het per eye-mail naar Esmee.

Esmee en ik staan vooraan. We popelen. Juffrouw baant zich een weg door de kindermassa naar de deur. Ze zegt nog iets. Of we rustig aan willen doen. Nog voor het eind van haar zin komt er al instemmend gebrul van onze kinderstam tegemoet. We gaan naar het beloofde land en de regels zijn duidelijk. Ze wenst ons nog veel plezier en gebied ons om lief te blijven. Een deel van de klas ja-aat nog een keer na. De deur gaat open. Vol gas racen we weg. Max Verstappen is er niks bij. De eerste zonnestralen reiken naar mijn gezicht. Niet meer dan een paar idyllische wolken accentueren de felle lentelucht. Een flinke stroom kinderen glibbert zich stellig doch behendig door de smalle passage waarna dezelfde stroom uitmondt in een kinderdelta. Ironisch komt Marco Borsato’s ‘Binnen’ in me op. We zijn vrij. Een heel kwartier lang.

Esmee springt achterop de fiets. ‘Gaan!’ roept ze. Explosief trap ik hem op de staart. We zijn mobiel en voorzien van twee perfecte Cubone-botten. Om ons heen is de vrijwillige hiërarchie weer in orde gesteld. De eigen voedselketen is wederom gevestigd. De kinderen voor de hardcore pokédeals staan weer bij de basketbalring. Dat is stop 1. Groep 5 en 6 zijn ‘hun ding weer aan het doen’ op het ‘eigen pleintje’. Dat is stop 2. Het enige wat nog mist, zijn sirenes. “Cubone! Cubone!” Rakelings scheuren wij langs wat onoplettende figuren. Iedereen snapt toch dat dat Cuboons is voor ‘aan de kant’!

Verder verloopt de reis voorspoedig. Eenmaal op plaats van bestemming horen we al snel het gerucht dat iemand uit groep 8 aan het eind van de pauze een pakje kaarten gaat openmaken. Esmee en ik kijken elkaar aan, besluiten nog wat overige informatie in te winnen, de nieuwste schatten uit te checken en gaan dan alweer richting fiets. “Aan het eind van de pauze moeten we hier op tijd terug zijn.” Ik knik instemmend.

De leerlingen uit groep 5 en 6 zijn aan het vechten. Niet dat ze met elkaar op de vuist gaan, maar ze zijn aan het ‘Pokémon League-en’. Aan het begin en aan het eind van de eigen inham van groep 5 en 6, staan twee betonnen verhoginkjes. Dat zijn de podia. De rest is het strijdveld. Op het moment dat wij aankomen stuurt de verhoogde trainer een Scyther in het speelveld. Een jongen, volkomen in rol, betreedt al kretend het toneel. “Scyther! Scyther!” Alsof het echte messen zijn, stelt hij zijn armen ten toon. We zijn getuigen van het fantasierijke schouwspel en blijven ook hier een paar minuten hangen. De Scyther wint, met hakken over de sloot.

Nog een kleine vijf minuten te gaan tot het openen van het pakje. Esmee en ik hebben het schoolplein verkent en bedenken wat we nu moeten gaan doen. Mijn stok is inmiddels gesneuveld door onoplettendheid. Een beetje om tijd te verdoen gaan we terug naar De Bosjes om een nieuwe uit te zoeken. Ik ga achterop. Esmee knalt met een redelijk tempo weg en we zijn weer mobiel. Heel eventjes sluit ik mijn ogen en waardeer ik de dag.

“Wie hoop je dat er in het pakje zit”, vraagt Esmee terwijl ze een tak van de grond haalt. Ze inspecteert het exemplaar en gooit het dan weer van zich af. Vol verbazing kijk ik haar aan. Wie ik hoop dat er in het pakje zit? Een Charizard, natuurlijk. Dat lijkt me nogal wiedes. Nog voor ik antwoord, heeft ze me al in de gaten. “Ik ook.” Dan staat ze op en duwt ze wat in mijn hand. “Deze moet goed zijn.” Ze maakt rechtsomkeerts en veegt haar handen aan haar rode tuinbroek af. Rustig fietst ze weg terwijl ik achterop stap. Een juweeltje van een Cubone-bot blinkt in mijn schone handjes.

We staan bijna in het midden van een druk bevolkte kring met de hoofdrolspeler in het epicentrum. Er zijn gespannen blikken bij het openen van het pakje. Ik en Esmee kunnen het moeilijk zien door het hoogteverschil maar we glimpsen hier en daar wat op. Als een nerveuze koning bladert hij door zijn kaarten. Waar is de zeldzame kaart?

De menigte begint te joelen als er wat glimt. Vlak daarna evolueert het gejoel in gegil. Dit is een primeur. Nog nooit in de historie van De Wegwijzer was er iemand met deze kaart. De kersverse Bekende Spijkenisser is extatisch. “EEN CHARIZARD”, brult hij. Esmee en ik vliegen elkaar in de armen en springen al knuffelend in het rond. De kring begint te dansen. Op onze laatste benen vieren we ons eigen feest.

Na het afleveren van de fiets, maken we deel uit van de rij inwaarts. Schuivelend en giechelend naderen we de deur. Het is mooi. Het is klaar. Het is goed. Het is gedaan. We zijn op. Het is rond. Maar wat een pauze. Ongeloveloos. Esmee anticipeert op het afmaken van mijn gedachte. “Sjongejonge, zeg. Een Charizard… Het was een goede pauze hè, Seb?” Ik antwoord. Glimlachend.

De Vergeten Parels

De Vergeten Parels
Dat Pokémon levens bepalend is geweest, kunnen we wel zeggen. In ieder geval in mijn geval. De titelsong van de eerste seizoenen is volgens Mojo.com zelfs de beste openingstrack van anime aller tijden. En daar wil ik eigenlijk al beginnen. De Pokémon anime heeft iconische momenten gehad die we ons allemaal nog herinneren alsof het gisteren was. De titelsong pur sang. Met mij zullen er miljoenen mensen zijn die overlopen van nostalgie wanneer die elektrische gitaar het nummer kickstart. Als je dat nummer aanzet, ben ik de komende minuut ‘even bezig’. Terechte nummer één. De serie zelf had ook hoogtepunten. Charmander die in de regen wordt gevonden, Squirtle met z’n blitse zonnebril en Bulbasaur die weigerde te evolueren en daarmee een Venusaur super pissig te maakte. Toen deed Bulbasaur een dikke Zonnestraal en waren ze ineens maatjes. Legit.

Naast deze toppers zijn er ook een handvol en hoop iconische momenten die verder op de achtergrond zijn geraakt. Pidgeot die de alfa werd van een volksstam vogels en Butterfree die afscheid nam voor een alternatieve shiny (Dem feels) zijn onuitwisbare prenten die mijn kinderhoofd rijk is. Prachtige afleveringen. Maar waarom hebben we het nooit over Krabby die in zijn eerste gevecht meteen evolueerde. Hij won het hele eerste gevecht van de Pokémon League in zijn eentje en versloeg ook nog een Golbat met een Hydrostraal. Een fucking Hydrostraal… Dat meen je niet.

Dat is mijn bedoeling met deze blogs. Pokémon heeft simpelweg veel goede momenten teweeg gebracht en de franchise blijft entertainend. Er zijn hele vette dingen gebeurd gedurende de
hoogtijdagen van Pokémon. In ieder geval in mijn hoogtijdagen. Veel daarvan kan ik nog goed herinneren. Alhoewel ik beweerde dat ik alles nog in mijn slaap kon opdreunen, zijn er toch meer vette dingen dan ik kan opnoemen. Dat steekt mijn trots een beetje. Het is nooit dat ik het me helemaal niet meer kan herinneren, maar er zitten wel wat aha-erlebnissen tussen. Maar it takes a man to be a man: ik kan me niet alles herinneren. Daarom lijkt het me heel goed om soms stil te staan bij hoe ik mijn Gameboy kreeg, wie mijn eerste ‘lvl 100’ was, hoe de 10-uur pauze in Groep 2 eruit. Al is het maar om zeker te weten dat je die momenten niet vergeet. Het waren mooie momenten en die waardeer ik voor wat het waren.

charmanderVeel mensen zeggen dat ze meer in het heden willen leven. Beetje van die doe-het-zelf life coach uitspraken. Dan heb ik goed nieuws voor die mensen. Luistert en huivert: het is natuurkundig onmogelijk om niet in het heden te leven. Tenzij E=MC² plots praktisch mogelijk en toegankelijk wordt voor het publiek en we misschien toch nog voor het eind van het jaar op Hoverboards richting school gaan. Aangezien ik dat nog bijzonder onrealistisch acht, blijf ik tot die tijd in het heden. Er wordt trouwens ter promotie wel gewerkt aan een Hoverboard die de uiterlijke kenmerken van de Back To The Future-variant bevat. Supervet.

Ik vind het ook een beetje steken dat mensen hun verleden zo maar over de boeg gooien. Klinkt radicaal maar ik zie toch velen die net zo radicaal hun jeugd afkeuren als gespreksstof. Alsof dat wat geweest is niet meer relevant gevonden wordt. Alsof het een jas is die je uit kan doen, eerst op de kapstok hangt en jaren later toch maar in een doos op zolder doet. Dingen veranderen, het leven gaat door en in een oogopslag kan ineens alles anders zijn. Soms wordt je aangeraakt door het leven en worden de kaarten opnieuw geschud. Niks wat je daaraan kan doen. Het leven gaat door dus jij moet ook doorgaan. Dat klopt. Daar ben ik het ook helemaal mee eens. Dat wil alleen niet zeggen dat je moet vergeten wie je was of wat je hebt meegemaakt. Die bepalen aan het eind toch wie je bent. Waardeer wie of wat waar wanneer waarom hoeveel voor je betekende en blijft dat doen.

Nu wil ik niet de gevoelige perzik uithangen, maar als ik mijn verleden noem, moet ik ook Pokémon noemen. Ik was gek op die shit. Het is niet zo dat mijn kamer vol hangt met posters en vol ligt met pluchies, maar ik hecht nog veel waarde aan onder andere mijn kaartenverzameling. Ik blijf ook op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en ik ken zelfs nog tot op de dag van vandaag alle ‘Pokémon-geluidjes’ van de eerste 151 Pokémon uit mijn hoofd. Dat is geen grapje. Sterker nog, daar ben ik heel trots op. Wil je een grappige weten? De cries van Mewtwo en Paras lijken heel erg op elkaar. Net zoals die van Rhyhorn en Charizard. Moet je maar eens luisteren. Is grappig.

Dus dat verklaart waarom ik de verhalen maak die ik maak. Ik ben een ambitieuze verhalenverteller en ik vind het vet dat ik regelmatig werk mag afleveren voor deze mooie, nieuwe website. Hopelijk kan ik jullie er mee entertainen en steek ik een paar van jullie aan met mijn gedrevenheid naar herwaardering. Wanneer dat ook moge zijn.

Een Papieren Wereld

Papier hier

Afgelopen maandag was ik jarig. Ik ben 22 jaar geworden en traditiegetrouw vierde ik ook dit jaar weer een feest op de dichtstbijzijnde zaterdag. Als ik de mensen mag geloven, geven ik en mijn zus altijd goede feestjes. Zo ook dit jaar. Naast gepassioneerde gesprekken met dierbare vrienden die je wat minder spreekt en het geouwehoer van de mensen in je directe omgeving, is een verjaardagsfeest ook prima geschikt voor het ontvangen van fraaie cadeaus. Dit jaar kreeg ik een ring van mijn vriendin, een horloge van mijn zus en twee PS4 games van mijn vriendengroep. Eén van die spellen was Tearaway Unfolded. Dat spel zette me aan het denken.

Tearaway speelt zich af in het decor van een magische papieren wereld. Een gaaf concept. Er zijn legio mogelijkheden om een papieren wereld interessant te maken. In ieder geval genoeg om fantasierijke jongens als ik te intrigeren. Het is mooi en ik adoreer de moeite en het denkwerk dat gaat zitten in het maken van zoiets onrealistisch. Petje af. Ik kan alleen niet beweren dat dit concept nieuw is zoals het wel in de markt wordt gezet. In mijn ogen zal er altijd maar één papieren wereld zijn waar ik mij helemaal in thuis voelde. Die wereld, is de wereld van Pokémonkaarten.

Ik heb bakken vol Pokémonkaartverhalen. De ontmaagding. Mijn eerste pakje Pokémonkaarten waarbij mijn zus bij het openen van dat pakje kaarten mijn vertrouwen in de mens voor altijd schond. Dat is een raar verhaal trouwens. Mijn eerste sterretje die ik nog geen uur na het openen alweer kwijt was. Ook een raar verhaal. Mijn zus die een jongen bijna in elkaar sloeg om een ruil voor mij ongedaan te maken. Hartverwarmend verhaal. Ga zo maar door. Als ik met een vriend mijn epische verzameling doorblader, kan ik bijna van elke kaart zeggen van wie ik de kaart waar en hoe kreeg. Om die reden kan ik het niet voor mezelf vergoeilijken als ik wel een Pokéblog heb waar ik trots op ben maar niet praat over één van mijn grootste kinderpassies: Pokémonkaarten. Dus dat ga ik wel doen.

PREVIEW DE PAUZE
Omdat ik maar niet kon kiezen welke van mijn persoonlijke verhalen ik het liefst wilde vertellen, besloot ik om het anders aan te pakken. Ik besloot om nog één keer mijn kinderbril af te stoffen en me terug te wanen in de tijd dat Pokémonkaarten over het schoolplein heersten. In de tijd dat de bezitter van een Charizard-kaart aan het top van de voedselketen stond. Dat bewaar ik echter voor de volgende keer. Zaterdag haal ik mijn kinderbril uit de doos en neem ik je mee naar het favoriete kwartiertje van elk kind: De Pauze.

Om alvast in de sfeer te komen en om de context te schetsen van die tijd, heb je hier een wonderlijk artikel gepubliceerd op 11 februari 2000 in De Gelderlander.

Pokémon ruilen en roven op schoolplein
DEN HAAG – De uitgever kan de vraag niet aan, speelgoedwinkeliers spreken van enorme schaarste en in Den Haag werd woensdagmiddag een achtjarig jongetje met geweld van zijn pokémonkaarten beroofd. En de pokémonrage is nog niet eens op zijn hoogtepunt. Pas over twee weken komen de eerste Nederlandstalige kaarten.

Speelgoedbazar De Kwappenberg in Den Haag zit met smart te wachten op een nieuwe zending kaarten. Ze zijn waanzinnig schaars, zegt een woordvoerder van de winkel. Concurrent Speelboom in dezelfde stad haalde ze gisteren zelf bij distributeur 999 Games in Weesp, waar ongeveer vijf miljoen kaarten waren afgeleverd, de eerste levering van dit jaar.

De pokémonrage ontstond in 1996 in Japan met een tv-serie geënt op de gewelddadige mangafilms. Daarna volgden computerspelletjes en het kaartspel. De kaartspelers, in de leeftijd van zes tot veertien, kruipen in de huid van trainers die op jacht gaan naar pocket monsters, de zogenoemde pokémons.In oktober werden de eerste – Engelstalige – kaarten in Nederland geïntroduceerd, en sindsdien is het hek van de dam. Telkens als we leveren, zijn de winkels in drie, vier dagen door hun voorraad heen, zegt directeur M. Bruinsma van 999 Games.

Inmiddels zijn in Nederland ongeveer tien miljoen kaarten in omloop. Op 24 februari komt de eerste Nederlandstalige editie van de pokémonkaarten op de markt, in een oplage van enkele tientallen miljoenen.

Bruinsma: Nu hebben de kinderen de kaarten voor de heb, omdat ze de spelaanwijzingen niet kunnen lezen, straks gaan ze het spelen. Dan gaan ze ook sparen en ruilen.

Bruinsma verwacht niet dat het sparen en ruilen problemen zal opleveren, zoals woensdagmiddag, toen in Den Haag een achtjarig jongetje werd beroofd van zijn pokémonkaarten. Twee oudere jongens sloegen het ventje van zijn fiets en gingen er vervolgens met de kaarten vandoor. De kaarten hadden een waarde van ongeveer 85 gulden.

Bruinsma vreest ook niet voor excessen als er later zeldzame kaarten worden uitgegeven, die veel geld waard zijn. Maar op de Haagsche schoolvereniging heeft het eerste incident zich al voorgedaan. Daar moest de leiding optreden bij een ruzie over een mislukte ruil. Bij basisschool De Baanbreker speelt het een beetje. We worden er nog niet gek van, zoals destijds met de flippo’s, zegt een woordvoerster. Die hebben we op een gegeven moment verboden.

Mijn Eerste Pokémon

sebbel3
In mijn vorige blog heb ik je verteld over hoe ik Pokémon Yellow heb gekregen. Laten we nu verder gaan met waar we gebleven zijn.

Voor het lezen van dit verhaal, is het belangrijk om te weten dat ik een erg fantasierijk jongetje was. Ik hield van verhalen. Alle handelingen die ik deed, pasten als puzzelstukjes in elkaar mits er een juiste verhaallijn achter zat. Deze verzon ik altijd. Zo was bijvoorbeeld Bliksemsnelle Bertha een koe die geraakt was door bliksem waardoor ze zo snel werd dat ze over muren kon rennen. Ik zag het winkelcentrum als een enorm doolhof gevuld met schatkisten en schurken die zich voordeden als normale mensen. In mijn dagelijks leven was ik een Cubone, de auto was een theater en zo heb ik nog tientallen voorbeelden van mijn kijk op de realiteit. Je kan het zo gek niet verzinnen en mijn fantasie zorgde weer voor een andere invalshoek. Nu kwam Yellow uit toen ik zeven jaar oud was. Omdat ik nog niet zo bedreven was in de Engelse taal, besloot ik dus om mijn eigen verhaal te maken. Deze blog is het epische verhaal dat ik verzon over mijn eerste Pokémon.

Ik wist dat er in tegenstelling tot Red en Blue in Yellow geen keuzemogelijkheid was voor je starter. Je kreeg een Pikachu. Daar moest je het maar mee doen. De game was bedoeld om de serie na te bootsen en het is algemeen bekend dat Pikachu ook de starter van Ash was. Dus tough luck voor de mensen die dat niet zagen zitten. Ik was er daar één van. Ik wilde mijn eigen verhaal, mijn eigen team en mijn eigen legende creëren. Pikachu was een smet op die wens. Gary kreeg tenminste nog een Eevee van Professor Oak. Gary is stom. Professor Oak ook.

Pikachu was niet bepaald een Pokémon waar ik trots op was. Iedereen was gek op Pikachu en ik om die reden juist niet. Dat wist hij. Dat voelde hij. De antipathie was wederzijds. Ik stond dus voor een keuze. Ik kon een verhaal verzinnen waarin ik en Pikachu uiteindelijk op één lijn kwamen of ik kon ervoor kiezen om mijn tijd te steken in het vinden van een nieuw maatje. De eerste reden waarom ik voor het tweede koos, is bekend. Iedereen vond Pikachu leuk en ik daarom niet. Het tweede was omdat ik wist dat Pikachu niet kon evolueren. Dat was een absolute no go voor mij. Een ongeplande evolutie was één van de mooiste plotwendingen die ik kon verzinnen. Om zo min mogelijk tijd te verdoen in één van de bekendste mascottes aller tijden, zocht ik per direct naar een plaatsvervanger. Een originele Pokémon die sterk genoeg was om de lijsttrekker van mijn partij te worden. Een onoverwinnelijke vriend die de kampioen kon ontdoen van zijn kampioenstatus. Een icoon die foutloos de hoofdrol speelde in de film die Mijn Eerste Avontuur heette. De enige vraag was: waar vond ik die?

Vele uren spendeerde ik in het lange gras op zoek naar mijn starter. Uiteindelijk stuitte ik op een Pokémon die ik verrassend goed naast me zag staan. Het klopte in mijn verhaal. Aanvankelijk was het niet de Pokémon die ik voor ogen had. Toen ik zag met hoe weinig moeite ik Brock versloeg met deze specifieke Pokémon, wist ik het zeker. Dit was mijn starter. Dit was mijn maatje. Samen zouden we alle badges verzamelen en ons settelen op onze rechtmatige troon. Mijn verhaal kon beginnen.

Samen vochten we tegen elke trainer en elke wild beest dat we konden vinden. Mijn starter hield zich goed. Langzaam maar zeker kostte het steeds minder moeite om potentiële rivalen de mond te snoeren. Het sneeuwbaleffect nam toe. Mijn compagnon werd steeds sterker. Op een gegeven moment vielen de trainers met bosjes tegelijk om en ook de wilde Pokémon moesten waken voor hun veiligheid. Niemand kon ook maar een beetje weerstand bieden tegen mijn alsmaar sterker wordende Pokémon. Zo begonnen de geruchten over een jonge maar erg sterke trainer die op pad was om de sterkste trainer aller tijden te worden.

Ik baande me een weg richting Mount Moon. Eenmaal aangekomen bij de voet van de berg, stapte ik zelfverzekerd de duisternis in. Mijn maatje was bij me, dus ik had niks om bang voor te zijn. Intussen had de mooiste plotwending al plaatsgevonden: evolutie. Het vele trainen was beloond.

Niets en niemand zou ons dus nog kunnen tegenhouden, dachten we. Zonder genade vochten we ons door de grot. Vele trainers zouden het verhaal navertellen van Jack (zo had ik mezelf genoemd) en het gevaar dat in mijn Pokébal woonde. Hoe ze machteloos toekeken terwijl hun lieve vrienden een pak rammel kregen van de sterkste Pokémon die ze ooit hadden gezien. Klinkt episch, niet? Wacht maar. Het verhaal wordt nog mooier.

Inmiddels waren we halverwege Mount Moon. Het verhaal ging al rond dat er een kleine jongen in Mount Moon was met een onverslaanbare Pokémon aan zijn zij. Één trainer die dat verhaal klaarblijkelijk nog niet had gehoord, was een robuuste man met een eveneens robuuste Pokémon. We maakten oogcontact en besloten om te vechten. Vol trots stuurde hij een machtige Onix op me af. Een paar flitsen later was het gevecht alweer over. We kwamen, zagen en overwonnen. Hij maakte geen schijn van kans. Als een haas rende hij naar zijn Onix om de nodige zorg te verlenen. Ik keek naar het liefkozende ritueel tot ik wat zag glimmen in de verte. Het trok mijn aandacht. Ik liep er heen, pakte het op en bestudeerde het uitvoerig. Toen ik er achterkwam wat het was en wat het deed, gilde ik het uit van geluk.

Mijn verhaal was nog maar een paar dagen oud en nu al boezemde mijn naam angst in de harten van de Kanto Gymleaders. Een jonge trainer genaamd Jack stond op het punt om Mount Moon te verlaten met zijn onwaarschijnlijk sterke Pokémon. Het gerucht ging dat hij zonder enige moeite vele trainers had verslagen, nog even snel een criminele organisatie heeft gedwarsboomd en dat hij op weg was naar de volgende gym. Wie was deze flapdrol? Waar kwam hij zo ineens vandaan? Waren de verhalen waar? Zou deze trainer echt kampioen kunnen worden? Velen begonnen te geloven in de mythe. Vanuit het hele land gingen trainers op zoek naar deze mysterieuze jongen en zijn ongeslagen gigant.

We waren ons bewust van de buitenwereld en de vele vragen die we opriepen. Ja, het was waar. Alle trainers die we tegenkwamen, hebben we moeiteloos verslagen. We hebben een aantal uniform geklede criminelen de stuipen op het lijf gejaagd. We waren op weg naar de volgende gym en daarna zouden we weer verder trekken richting de volgende gym. Het was allemaal waar. Iedereen die daar een vraagteken achter zette, kreeg gegarandeerd antwoord.

“Hé knul, mag ik je wat vragen? Ik hoorde in het Pokécenter dat er zojuist een supersterke trainer met een supersterke Pokémon uit Mount Moon is gekomen. Weet jij toevallig wie het is en waar ik hem kan vinden? Ik wil supergraag met hem vechten met mijn supersterke Pokémon.” Een nietswetende trainer schoot me ongeveer een half uur na het verlaten van Mount Moon aan. Een schuine glimlach verscheen op mijn gezicht. “Zoek niet verder. Ik ben wie je zoekt. Nidoqueen, ik kies jou!”