Een Lange Dag

Een Lange Dag
Een klein jaar verstreek. Ik en mijn Gameboy waren inmiddels redelijk aan elkaar gehecht geraakt. Ondanks het feit dat er nog geen spellen waren die ik extreem leuk vond om te doen. Ik kreeg twee games van mijn ooms toen ik mijn Gameboy kreeg. Meer spellen hoefde ik ook niet. Ik was jong en had geen zin om daar nu al mijn ouders geld aan te verspillen. Ik mocht namelijk maar één keer kiezen in de speelgoedwinkel. Wilde ik het razend populaire Tetris-spel met die grappige muziek of wilde ik een nieuwe koe om mee over de muur te galopperen… Ja, wat kan ik zeggen. Ik had veel fantasie. Dus ik koos voor ‘Bliksemsnelle Bertha’

De spellen die ik had, waren ‘Rampage: World tour’ en ‘Gargoyles: Quest’. Alhoewel Gargoyles een parel van een titel was, vond ik hem eng. De muziek was eng, de monsters waren eng en het spel was bovendien moeilijk. Ik ben geen fantastische gamer en dat ben ik nooit geweest. Wat ik zei, deze spellen waren niet extreem leuk om te doen en ook nog eens moeilijk. Dus ik legde de Gameboy altijd weer weg wanneer het mij te moeilijk werd. Dan ging ik weer met Bliksemsnelle Bertha de wetten der natuur testen.

In dat jaar erna, kwamen de eerste versies van Red en Blue in omloop. De twee Europese openingstitels van Pokémon en de nieuwe Fox kids-serie indoctrineerde de jonge samenleving tot het niets anders meer kon dan Pokémon ademen. Toen op een gegeven moment ook de Pokémonkaarten in beeld kwamen, was het feest helemaal compleet. Maar dat is een verhaal voor een andere keer. Ik had de spellen Red en Blue niet in mijn bezit. Waarom weet ik eigenlijk niet eens. Ik vroeg er niet om in de speelgoedwinkels. Iets wat niet alleen mijzelf verbaaste. Mijn moeder snapte het ook al niet.

EEN LANGE DAG
Inmiddels was het nieuwe millenium aangebroken en had ik er een verhuizing van West- naar Oost-Nederland opzitten. Ik was samen met mijn familie bij mijn opa en oma vanwege een jubileum. Natuurlijk is dat een mooi en waardevol moment, maar mijn kinderbrein werkte toch iets anders op dat moment. Ik persoonlijk ervaarde het als een fossielenfeest. Alleen maar onbekenden en bekenden die praatten met onbekenden. Ik had geen neefjes en nichtjes aan die kant van de familie dus ik en mijn zus waren altijd een team van twee man sterk. De rest was oud en zat aan me terwijl ik voor de zoveelste keer moest aanhoren dat ik zo snel groeide. “Ja, dat zal wel. Ik ga met Bertha klooien in de hoek. Doei!”, dacht ik en daar ging ik weer. En daar ging Bertha dus ook weer. Trots met haar horens in de wind.

Altijd als we een dag lang buiten de deur waren om op visite te gaan, namen mijn ouders een kleedje mee. Mijn zus en ik moesten dan aan het begin van de dag al het speelgoed waar we die dag mee wilden spelen, in een speelgoedkoffertje doen. Een blauw speelgoedkoffertje met een rood handvat en gele knoppen waar onze namen op stonden. Dit koffertje ging ook mee naar het jubileum van Opi en Omi. Die dag verstreek langzaam. Het speelgoed was zorgvuldig en levendig ontzien van de entertainende waarde door urenlang gebruik. De apen waren uitgeslingerd, mijn actiefiguurtjes uitgevochten en Bertha was uitgevlogen. Ik verveelde me. Mijn vader en moeder waren nog steeds aan het kletsen en ook mijn zus was nu op de sociale dansvloer. Alleen zijn wilde ik niet meer, dus ik begon irritant te worden. Mam nam me al snel apart om even te kletsen. Mijn ouders hadden een preventieve opvoedingsstijl. Ze anticipeerden precies op tijd maar ze gaven me wel de ruimte en respecteerden die ook.

Tijdens het praatje had ik al gauw in de gaten dat er wat te halen viel. Mijn insteek veranderde gedurende het gesprek. Ik was op jacht. Ik was uit op een deal. Mijn moeder was bereid om te onderhandelen en dat resulteerde in één van de grootste verassingen tot nog toe. “Sebbel, als je je goed houdt, dan mag je vanavond alvast je verjaardagscadeautje hebben.” WAT!? Dat kan je niet zeggen als moeder! Ik probeerde rustig te blijven maar het enthousiasme sijpelde door mijn poriën. Ze zag dit. Mijn moeder deed haar best om haar lach in te houden. “In de kast op onze slaapkamer ligt een plastic tasje van de Intertoys. Ik heb gisteren voor jou Pokémon Yellow gekocht.

Tandenknarsend zat ik te worstelen met Bertha’s verzuurde benen. Een aantal keer per minuut keek ik naar de grote houten klok in de woonkamer. Hoe lang nog? Aten we nog hier? Werd het een latertje? Ik haastte me klunzig naar m’n moeder. Beleefd en gedreven wilde ik informatie winnen. “Eten we hier?”, vroeg ik in een rustige doch veronderstellende toon. Ik moest me tenslotte goed houden. Dat was de deal.

gameboyOm het volgende stuk te begrijpen, moet je weten dat mijn ouders veel opvoedingstrucjes hadden. Zo hadden ze een manier ontwikkeld om mij in elke gelegenheid adequaat en niet te opzichtig tot de orde te roepen. Bij het winkelen bijvoorbeeld. Of bij bezoekjes. Dit trucje werkte zo goed, dat het uiteindelijk zelfs met handgebaren duidelijk kon worden gemaakt. Dat trucje noemden we de ‘1-2-3-methode’. Deze luidde als volgt:

1. Eén keer kan.
2. Twee keer is teveel.
3. Drie keer is te laat.

We gingen wekelijks naar goede vrienden en familie dus de methode werd wekelijks gebruikt. Als ik vervelend was, ging ik een getal omhoog. Als ik één keer vervelend was, kreeg ik een ‘1’ enzovoort. Eén keer was geen probleem. Eén keer mocht. Het was eigenlijk zelfs een vrijkaartje. Bij de tweede keer werd je met enige urgentie verzocht om rustig te doen. Bij de derde keer zouden alle potentiële deals vervallen plus een gevangenisstraf van een aantal uur. Er zaten consequenties aan mijn daden en die verantwoordelijkheid vond ik heel eerlijk. Ik heb regelmatig op ‘2’ gezeten en ik heb ook wel eens een ‘3’ gehad, maar over het algemeen ging het mij goed af.

“Ja, Sebbel. We eten gezellig een grote pan bami met de rest, drinken daarna nog een paar bakken koffie en dan gaan we de jassen aan doen, iedereen doei zeggen en naar huis. Oké?” Dat was het actieplan. Natuurlijk strookte het niet met wat ik het liefst wilde horen, maar mijn moeder wist welke kaarten ze in haar hand had. Ze kon een vroege ‘1’ geven en me daarmee informeel te verplichten aan doodzwijgen gedurende de rest van de dag. Ook geen ideale methode. Het was eens voorgekomen dat doodzwijgen alsnog een ‘3’ is geworden door een bijdehante houding. Dus de beste tactiek om een potentiële ‘1’ en ‘2’ te voorkomen, was om me
aan de deal houden. Hield ik me goed, had ik vanavond nog een Pikachu. Hield ik me slecht, moest ik nog een week wachten en moest ik naar mijn kamer. Dat zou van een hele lange dag een hele lange week maken.

Pap maakte de voordeur open en ik stormde naar binnen. Ik had het voortreffelijk gedaan. Niet eens goed. Echt ronduit voortreffelijk. Mijn bord was leeg, mijn ouders hebben nog gezellig met de rest een paar bakken koffie kunnen drinken en ik hervond met vlagen mijn fantasie. Het was soms wel pittig. Maar ja, grote prijs voor een grote klus. Bertha en ik hadden er oorlogen opzitten, maar we waren weer veilig op het thuisfront.

De thuiskom-rituelen werden uitgevoerd en ik haastte me naar de keukentafel. Daar zat ik dan. Met wiebelende voetjes. Ik liep nog één laatste keer de checklist na. Gameboy. Check. Batterijen. Check. Reservebatterijen. Accu. Check. Loep. Check. Mijn andere spellen uit de hoesjes gedaan om te kijken welke het mooiste was om Yellow in te gaan doen. Check. Ik was er ontzettend klaar voor. Mijn kennis was groot en mijn nieuwsgierigheid zou de wereld veroveren. Kom. Maar. Op.

Ik heb er tien minuten over gedaan om alleen al mijn naam in te voeren. Elke keus die ik zou maken, zou iconisch worden voor de reis. Maar helaas, te vroeg werd er al teveel van me gevraagd. Ik was namelijk in de veronderstelling dat ik een eigennaam kon opgeven. Sterker nog, dat wist ik zeker, maar het lukte me niet. Te blij om teleurgesteld te doen, richtte ik me op wat ik wel wist. Ik kon kiezen uit drie namen. Vraag me niet waarom, maar ik koos voor Jack.

En, lieve lezers, dat was het voor deze week. Zaterdag lees je hoe Jack zijn Pikachu opzij schoof en een andere Pokémon adopteerde als zijn starter. Wie dat was? Dat lees je dus aankomende zaterdag. Ik zou het heel erg leuk vinden om wat reacties te ontvangen. Ik ben een nieuwe schrijver en ik zou feedback erg waarderen. Nogmaals bedankt voor het lezen en tot zaterdag!

Sebbel

Het Absolute Begin

Het Absolute Begin

Hooggeëerd publiek,

Mijn naam is Sebbel en ik ben de nieuwe blogger van de Nederlandse Pokémon-GO community. Ik zal vanaf heden jullie twee keer in de week voorzien van heuse Pokéblogs. Wanneer er nieuwe weetjes of feitjes zijn van GO, zal ik daar mijn licht over laten schijnen en anders vertel ik jullie met alle liefde mijn Pokémon-verhalen. Dat zijn er een hele hoop.

Pokémon-GO is iets waar we al jaren op gewacht hebben. Het is nieuw, het is revolutionair en we gaan het helemaal fantastisch vinden. Dat garandeer ik je. Tot die tijd gaan wij elkaar wat beter leren kennen. En waar kan een Pokémon-fanaat zijn reis beter beginnen, dan bij het absolute begin?

DE SPEELGOEDWINKEL
Mijn liefde voor spelen is enorm. Niks in de wereld is mooier dan een speelgoedwinkel. De felle kleuren, de typische geur en de sfeer is in bijna elke speelgoedwinkel precies hetzelfde. Een klein stukje hemel op aarde. Ik kwam er altijd bijzonder graag. Samen met een oude vriendin van me gingen we regelmatig na school naar de stad toe om rond te snuffelen in de Intertoys of de Bart Smit. We stonden dan uiteindelijk kwijlend te kijken naar de nieuwste poppetjes en de grootste Lego-dozen.

Als mijn moeder naar de stad moest voor een boodschap of iets dergelijks, moest ik mee. Mijn moeder had namelijk een hele goede eigenschap. Ik mocht altijd naar een speelgoedwinkel en als we daar dan eenmaal waren, mocht ik ook nog één ding van de hele winkel uitzoeken. Er zijn weinig woorden die als vierjarig jongetje beter klinken dan ‘uitzoeken’. Misschien ‘kinderfeestje’ of ‘zwembad’, maar daar houdt het ook zo’n beetje op. Dus ik moest en zou mee naar de stad. En elke keer was het weer raak. We kwamen langs een speelgoedwinkel, ik mocht naar binnen en kwam er altijd met een tasje uit.

Ik was niet dat soort jochie die altijd maar meteen naar de grote legodozen toe sprintte waar ik de dag voor had naar zitten kwijlen. Ik was niet dat soort jochie die een op afstand bestuurbare auto moest hebben. En ik was ook niet dat soort jochie die de grote lopende robots in huis wilde hebben. Ik was dat soort jochie die met men en macht naar de kleine poppetjes toe rende. De kleine aapjes, paardjes, koetjes, schaapjes, geitjes, tijgertjes, leeuwtjes: ik was gek op kleine dieren. Dozen vol met kleine speelgoeddiertjes staat tot op de dag van vandaag op zolder. Daarom was mijn moeder ook zo zelfverzekerd toen ze zei dat ik mocht uitzoeken. Ze noemde nooit een budget of een grootte. Ik mocht uitzoeken omdat ze wist dat ik het liefst weer met een klein, lullig aapje wilde klooien.

Zo ben ik altijd geweest. Ik heb nog steeds één aapje op mijn kamer staan naast mijn Boeddha’s en andere beeldjes als herinnering aan die prachtige tijd. Er is namelijk een eind aan gekomen. Er is een eind gekomen aan de tijd dat ik niets liever wilde dan een klein aapje of tijgertje. Ik weet ook nog heel goed wanneer het omslagpunt plaatsvond.

SINTERKLAASAVOND, 1999
Het was sinterklaasavond, 1999. De deurbel ging. Ik en mijn hyperactieve zus stuiterden als twee randdebielen naar de voordeur om een glimp van de goedheiligman op te vangen. De deur ging open en mijn vader was alweer vakkundig of de schutting heen geklommen. Er was niemand. Maar er was niet niks. Er stond een enorme juten zak vlak voor de deur tot de rand aan toe gevuld met cadeautjes.

Tot halverwege de avond ging alles zoals het al jaren ging. Merel pakte een cadeautje uit, was er blij mee, bedankte Sinterklaas en wachtte op haar volgende beurt. Ik pakte een cadeautje uit, gilde als een blije zeemeeuw door de inhoud en dook weer op de stapel voor de volgende prooi. Dat terwijl mijn ouders het zojuist geopende cadeautje weer inpakte en weer bij de rest gooide. Onze Sinterklaas avonden duurden over het algemeen erg lang door dit geintje. Ik pakte elk cadeautje drie keer uit en was er elke keer precies even blij mee.

Maar alles veranderde toen ik een cadeautje open maakte dat ongeveer een halve schoenendoos groot was. Tot voorheen had ik alleen interesse in kleine diertjes en alle mechanische troep kon mij gestolen worden. Het enige wat ik wilde weten was of ik weer aapje kreeg of een boerderijdiertje. Maar ik kreeg geen van beiden. Mijn ooms zijn beiden erg gek op gadgets en hadden besloten dat ik dat ook vast wel zou zijn. Zij hadden dus samen een cadeautje voor mij in de zak gestopt. Een cadeautje van ongeveer een halve schoenendoos groot.

Onwetend viel de doos ten prooi aan mijn kleine vingertjes. Ik scheurde het papier aan flarden en gooiden de al losgekomen stukken in het rond. Ik scheurde door tot het laatste papier de doos had verlaten. Ik was stil, voor de verandering. Wat was dit? Dit was geen aapje. Ook geen boerderijdiertje. Mijn oom kwam naast me zitten, pakte de doos uit mijn hand en zei: “Kijk, Seppie, dit is nou een Gameboy.” Mijn wereld zou nooit meer hetzelfde zijn.